Welke keuzes journalisten maken in het productieproces, is meestal niet zichtbaar voor het publiek. Het Instagramaccount Zeikschrift wil daar verandering in brengen door constructieve feedback te geven op journalisten en een open debat in de reacties te creëren. Maar, wat doen journalisten met deze feedback? Sanne Peters, (afstuderend) journalistiekstudent, zoekt antwoord op deze vraag.

Ik zit zoals zo vaak op de bank met mijn telefoon in mijn hand. Ik scroll door mijn Instagramfeed. Een  oud-klasgenoot deelt een bericht dat mijn aandacht trekt. Het bericht komt van een account genaamd Zeikschrift. Alleen al de naam van dit account wekt mijn interesse. Als ik het bericht lees, ga ik meteen rechtop zitten. Op de foto is een screenshot te zien van een artikel van Shownieuws. De kop luidt: ‘De meest intieme quotes uit ‘seksdocu’ vriendin Tim Hofman’. Op de foto zijn opmerkingen geschreven, bijvoorbeeld dat het gek is dat er ‘vriendin Tim Hofman’ staat in plaats van ‘Lize Korpershoek, videomaker en influencer met mega following’ waar het eigenlijk om zou moeten gaan.

De kritische ogen van Madeleijn van den Nieuwenhuizen

Ik ben geïntrigeerd. Ik zoek het Instagramaccount van Zeikschrift op en zie allerlei posts met screenshots van nieuws- en tijdschriftartikelen. In de bijschriften gaat het over wat er mis is aan het artikel en in de reacties ontstaan gesprekken over waarom iets wel of niet door de beugel kan. Na een korte Googlezoektocht leer ik dat Zeikschrift een mediakritisch platform is, in het leven geroepen door rechtshistoricus Madeleijn van den Nieuwenhuizen. Het ontstaan van dit Instagramaccount begon toen Van den Nieuwenhuizen in 2016 een column las in een vrouwenblad. Iemand schreef over haar schoonmaakster als “een semi-bejaard exemplaar uit Bulgarije met kapotte knieën”, die ze ontsloeg omdat ze de vloer niet boende zoals zij dat wilde. Van den Nieuwenhuizen vond het elitair en neerbuigend, maar kwam erachter dat niemand hier kritiek op uitte. Omdat er geen toegankelijk platform bestond waar dit soort dingen aan de kaak gesteld werden, begon ze met Zeikschrift.

Na even brainstormen bedenk ik dat ik zelf ook ooit een artikel schreef waarbij Van den Nieuwenhuizen haar commentaar klaar zou hebben. Zo schreef ik eens tijdens een stage bij de Gelderlander een artikel over trampolineles voor kinderen die minder te besteden hebben. Mijn stagebegeleider vond dat dit niet helemaal lekker bekte als kop, en bedacht iets in de trant van: trampolineles voor arme kinderen. Toen dat online stond, kreeg ik een boos telefoontje van mijn bron, de eigenaresse van de trampolineschool, met de vraag hoe ik het in mijn hoofd haalde om de kinderen arm te noemen. Het artikel werd daarna aangepast en achteraf gezien had ze natuurlijk gelijk. Want omdat ‘kinderen die minder te besteden hebben’ te lang is, wil nog niet zeggen dat ik het daarom maar moet afkorten naar ‘arme kinderen’.

Terug naar mijn Googleresultaten. Ik kom een artikel van Trouw tegen: ‘De media hebben kritische ogen nodig; Madeleijn van den Nieuwenhuizen heeft ze’. In eerste instantie ben ik het daarmee eens: ik denk dat het goed is dat Van den Nieuwenhuizen media bekritiseert op bijvoorbeeld (onbedoelde) framing. Er ontstaat daardoor extra feedback op stukken en dat kan nooit kwaad, lijkt me. Mijn tweede gedachte gaat uit naar journalisten: zitten zij wel te wachten op deze feedback en doen ze er iets mee?

Op je donder krijgen

Pieter Couwenbergh, journalist bij Financieele Dagblad, werd door een collega geattendeerd dat Van den Nieuwenhuizen zijn artikel besprak. Onderwerp van discussie was het gebruik van het woord topmannen en de afwezigheid van het woord topvrouwen, wanneer het over topbestuurders ging. Ik vraag Couwenbergh om zijn reactie en hij vertelt dat de feedback hem aanvankelijk verbaasde, maar dat hij het ook begrijpt. “Er zijn in de taal immers ook veel woorden ingesleten zonder dat iemand bewust is van de mogelijke impact op bepaalde groepen”, zegt Couwenbergh. “Het is nuttig in de bewustwording dat dit wordt aangekaart.” Het artikel werd aangepast en Couwenbergh denkt door de feedback in de toekomst bewuster een woord te kiezen als voorzitter of CEO, tenzij het enkel over (top)mannen gaat.

Bron

Eind goed al goed wat betreft deze feedbackpost? Couwenbergh heeft nog wel een opmerking over de manier van feedback geven: “Waar ik moeite mee heb, zijn beschuldigingen of aannames die steeds vaker doorklinken. Ik heb liever dat mensen een vraag stellen dan dat ze een mening formuleren. Te vaak wordt er uitgegaan van (kwade) opzet.” Gekeken naar de manier van feedback geeft Zeikschrift inderdaad eerst een wijzend vingertje richting de media of journalist die verkeerd doen. Daarna informeert ze waarom iets fout is en hoe het anders kan. Soms komt er dan een dialoog op gang. Hierbij meldt de journalist zich meestal zelf want Van den Nieuwenhuizen pleegt niet eerst wederhoor. Een manier die journalisten misschien niet erg waarderen, aangezien ze zelf verplicht zijn hoor en wederhoor te plegen voordat zij iets publiceren.

Een activistische ondertoon

Zo gebeurde dit ook niet bij Algemeen Dagblad journalist Mark den Blanken. Al was zijn nieuwsartikel over de naamsverandering van Elliot Page meer een voorbeeld uit velen over een verkeerd gebruik van voornaamwoorden. In de beschrijving van dit bericht laat Van den Nieuwenhuizen weten waarom het voor transgenderpersonen belangrijk is om direct de nieuwe naam van iemand te gebruiken. Den Blanken begrijpt deze feedback en zijn stuk werd dan ook aangepast, maar daarna weer verkeerd terug aangepast door een andere eindredacteur. “Ik vind het goed dat er een account is dat ons scherp houdt”, begint Den Blanken. “Wij zijn ook mensen die fouten maken. Onze redacties zijn te wit en te mannelijk en daar gaan uiteraard dingen fout omdat je niet met alles in aanraking komt.”

Wel stoort hem iets aan mediakritische accounts: “Het neigt een beetje naar activisme en wij zijn journalisten.” Wat hij bedoelt is dat het publiek of de samenleving soms nog geen kennis heeft gemaakt met een bepaald onderwerp, zoals non-binaire personen. Wanneer diegene ‘hen’ genoemd wil worden, ontstaan er taalkundige problemen en kan het zijn dat de lezer het niet begrijpt. “Deze accounts lopen soms voor de polonaise uit”, zegt Den Blanken. “We kunnen niet voor de maatschappij uitlopen als zij er nog geen kennis over hebben, maar wanneer je zoiets niet doet in je artikel krijg je van dit soort accounts op je donder.”

Een volger van Zeikschrift, Noortje Sanders (28), is het niet met de redenering van Den Blanken eens. Sanders is non-binair en zegt het volgende: “Als journalist of krant is het je doel om mensen te informeren over dingen die ze niet weten.” Het is volgens hen juist de taak van de krant om genderneutrale voornaamwoorden te introduceren bij het publiek, bijvoorbeeld door een informatiekader te plaatsen met de keuze om bepaalde voornaamwoorden te gebruiken. Dit is dus precies een reden waarom een mediakritisch account als dat van Zeikschrift nodig is. Als journalist moet je bezig zijn met wat er in de maatschappij gebeurt. Je kan dan een fout, in dit geval een verkeerd gebruik van voornaamwoorden, niet afschuiven op de maatschappij of lezer. Als het taalkundig onduidelijk is of mensen het niet begrijpen, kan er zoals eerder genoemd een kader geplaatst worden voor meer duidelijkheid en de keuze om het op een bepaalde manier op te schrijven. Wel denk ik dat Den Blanken een punt heeft dat Zeikschrift activistisch is, maar is dat erg? Want veranderen zaken als niemand activistisch is?

Een online wijzend vingertje

Op Instagram ga ik terug naar het bericht van Couwenbergh over topbestuurders. In de reacties onder dit bericht zie ik dat het Instagramaccount van Financieele Dagblad ook reageerde op de feedback en in gesprek gaat met Van den Nieuwenhuizen.

Het voorbeeld van Financieele Dagblad is niet het enige gesprek dat op gang kwam over de gemaakte keuzes in het productieproces. Zo ging hoofdredacteur May-Britt Mobach van website Amayzine in gesprek met Van den Nieuwenhuizen nadat ze meermaals kritiek van Zeikschrift ontving. Van den Nieuwenhuizen laat na afloop van het gesprek op Instagram weten dat het voelde als een constructief gesprek. Daarnaast zegt ze dat ze het belangrijk vindt om privé of offline in gesprek te gaan met journalisten. Dit vind ik zelf ook een belangrijk punt. Door in gesprek te gaan, kunnen journalisten zich op een normale manier verantwoorden. Alleen lijkt het me beter om voorafgaand aan een Instagrampost contact te zoeken met de journalist in kwestie, en niet achteraf. Ik kan me goed voorstellen dat, wanneer je opeens getagd wordt in een Instagrambericht vol met mediakritiek en dat gezien wordt door duizenden mensen, je het gevoel krijgt aan de schandpaal genageld te worden.

Over de manier waarop Van den Nieuwenhuizen haar mediakritiek uit, kan gediscussieerd worden. Wel zie ik, als ik kijk naar de reacties onder haar berichten, dat ze mensen helpt om anders naar dingen te kijken. Ze heeft een nette toon en houdt discussies erg inhoudelijk. En doordat er in de reacties onderbouwde meningen worden geuit, en naar mijn mening interessante gesprekken plaatsvinden, heb ik het gevoel dat journalisten sneller geneigd zijn hun kant van het verhaal te delen aan Zeikschrift dan bijvoorbeeld aan een anonieme Twitteraar die kritiek uit. Ook lijken de reacties van journalisten bij Van de Nieuwenhuizen voort te komen uit een gevoel dat anderen (onder wie ook journalisten) over haar schouder meekijken.

Of journalisten daadwerkelijk zitten te wachten op dit soort mediakritiek blijft een beetje de vraag. Wat ze met de feedback doen, lijkt per journalist te verschillen. Sommige staan er open voor en gaan graag het gesprek aan en nemen de feedback ter harte. Anderen zien het misschien meer als persoonlijke aanval op hun werk en geven schoorvoetend toe aan feitelijke onjuistheden. Ik denk zelf dat het goed is als er in iedereen een mini-Zeikschrift schuilgaat. Kritisch zijn op je eigen stukken kan geen kwaad en misschien haal je er met die houding fouten uit waar anderen over struikelen. Want benoem je die non-binaire persoon wel juist in je stuk? En komt er geen onbedoelde framing voor in je artikel?

Een ding is duidelijk: Zeikschrift leeft onder journalisten. Naar eigen zeggen volgen verschillende hoofdredacteurs haar account en ook Den Blanken weet te vertellen dat Zeikschrift binnen de redactie van het AD door een bepaald aantal mensen goed bekeken wordt. Momenteel heeft Zeikschrift een ruime tweeëntachtigduizend volgers en ook best een status. Als journalist wil je liever niet in haar vizier komen.

Iedereen roest vast

Ik besloot hoogleraar Mediastudies Mark Deuze te bellen over de invloed van Van den Nieuwenhuizen. Hij vertelt me dat initiatieven zoals Zeikschrift in zijn mening wel bijdragen aan een meer kritische en reflectieve discussie. Het is volgens Deuze lastig om bestaande patronen te doorbreken. “Iedereen roest vast”, zegt hij. “Dat is wrang omdat je denkt dat journalistiek een creatief beroep is, maar dat is het niet behalve als je moeite doet.”

Pieter Couwenbergh werkt al ruim twintig jaar als journalist en kan hier over meepraten. Hij denkt dat elk beroep onvermijdelijk leidt tot een mate van vastroesten. Vandaar dat er bijvoorbeeld in de advocatuur er na zoveel jaar dienst een sabbatical is ingebouwd – een jaar ertussen uit – om roest af te schudden. “Soms gaan mensen een opleiding doen of veranderen ze van werkveld om die roestvorming tegen te gaan”, vertelt hij. “Zelf praat ik voortdurend over het vak, over nieuwe ontwikkelingen en sta ik open voor kritiek.” Hij vindt dat elk gesprek tussen journalisten over ethiek en werkwijze bijdraagt aan het voorkomen van roestvorming.

Ik sluit mijn Instagram app en denk na over wat hij zegt. Om niet vast te roesten en om moeite te blijven doen, lijkt het me goed dat Zeikschrift bestaat. Zo krijg je als journalist een extra reflectie op artikelen en in de gesprekken in de reacties, lees je wat anderen van deze feedback vinden. Wat je uiteindelijk met het wijzende vingertje van Van den Nieuwenhuizen doet, is natuurlijk aan jezelf want als journalist blijf je tenslotte baas over je eigen artikel.

Post Author: admin

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *